De eerste onderzoeken
Het eet, plast en poept, allemaal heel normaal. Even een weetje: wist je dat een geblinddoekte moeder haar baby tussen vele anderen kan herkennen, alleen op geur?
Maar dan zijn er die momenten waarop je begint te twijfelen. Dat onderbuikgevoel, die mama-intuïtie die zegt dat er iets niet klopt. Je kunt er je vinger niet op leggen, terwijl anderen het wegwuiven: je maakt je te veel zorgen, je bent moe, emotioneel, of je hebt te veel gegoogeld, zeggen ze.
Toch, als iemand het voelt, is het mama. Je hebt het consultatiebureau al gesproken, maar hun reactie is lauw. Je hebt je verhaal uitgebreid verteld, maar het lijkt niet door te dringen. Volgens hen is alles in orde na de basistesten.
Houd een dagboekje bij en noteer wat je ziet, wat er gebeurt en vooral wanneer. Leuk voor later én handig voor nu. Neem het mee naar de huisarts en vraag om een doorverwijzing. Liever te vroeg dan te laat, want een ontspannen mama is natuurlijk veel beter voor zo’n klein hummeltje dan een gestreste kip.
En vooral: neem iemand mee. Bij alle onderzoeken die je met de kleine nog moet doen, komt er soms zoveel op je af dat je de helft alweer vergeten bent zodra je de deurknop vastpakt om weg te gaan. Jij was bezig te checken of het wel goed bleef kijken, niet net de luier vulde of de laatste slok melk netjes binnenhield. En zag die arts dat rare melk vlekje op je schouder niet? Heel begrijpelijk. Maar twee mensen hebben vier oren, wel zo handig.