Opvoeden

Heeft een kind met een visuele handicap een andere opvoeding nodig? Nee, daar ben ik stellig in. Je hoeft je alleen op andere dingen te richten: luister en observeer goed. Gebruik je oren, maar let ook op lichaamstaal – die zegt vaak zoveel. Sta ervoor open. Naast de bekende opvoedingsstijlen is humor onmisbaar, welke stijl je ook hanteert. Giet er een flinke scheut humor overheen. Tip: maak van die jonge jaren een boekje vol grappige uitspraken. 

 

Ik ben er niet om te bepalen hoe jij je kind opvoedt, dat is volledig jouw keuze. Wat ik wél kan doen, is je wat tips geven over hoe je met je kleine dondersteen omgaat.

Ik zal wat opvoedingsstijlen met je doornemen. Het is aan jou om te bepalen wat het beste bij je past. Het vergt nogal wat om het vol te houden met die kleine, dus vraag gerust om hulp en adviezen, en zorg dat je zoveel mogelijk op één lijn zit met je partner. Dat maakt het een stuk makkelijker. Discussies altijd buiten het gehoor van de kinderen voeren, want dat boefje heeft hele scherpe oren.

Opvoeden gaat niet altijd op dezelfde manier. Er zijn vier stijlen: autoritatief, autoritair, toegeeflijk en niet-betrokken. Ze verschillen op twee punten:  

Steun: hoeveel aandacht en warmte er is voor het kind, of de opvoeder goed let op wat het kind voelt en nodig heeft, en hoe daarop wordt gereageerd.  

Controle: hoe duidelijk de regels, verwachtingen en grenzen zijn en hoe streng of duidelijk de opvoeder is over wat mag en niet mag.  

Steun en controle samen bepalen de opvoedstijl. Veel steun en veel controle heet de autoritatieve stijl. Wel steun maar weinig controle is de toegeeflijke stijl. Strenge controle maar weinig steun hoort bij de autoritaire stijl. Weinig steun én weinig controle is de niet-betrokken stijl.  

Tot slot: wees flexibel – regels zijn er soms om te breken.